Selecteer een pagina

CITROËN

André Gustave Citroën is de man achter het Franse automerk Citroën en geboren in 1878 in Parijs.
De oorsprong van de familie ligt in Nederland waarbij de overgrootvader (Roelof) van André een groente- en fruithandelaar was. Roelofs zoon (Barend) was een hulpje bij een juwelier en diens zoon (Levie) zou een diamanthandelaar worden in Amsterdam. In 1873 verhuisde Levie met zijn vrouw naar Parijs waar in 1878 André geboren zou worden.
De bouw van de Eiffeltoren inspireerde André Citroën om ingenieur te worden. Hij ontwikkelde zich tot uitvinder en innovator.

Lees meer ...

Het begin

In 1905 begon André een tandwielfabriek. In 1900 had hij al patent op tandwielen met een V-vormige vertanding, een vorm die we later terug zouden zien in het logo van Citroën. Door deze V-vorm ontstonden er verschillende voordelen zoals minder slijtage en minder geluid.

In 1908 werd André directeur bij het Franse automerk Mors en leidde het bedrijf met succes. Hij wist het zelfs van de ondergang te behoeden. Henry Ford’s fabriek met zijn revolutionaire lopende banden waren hierbij een groot voorbeeld voor André.
In 1915 begon André ook nog een munitiefabriek wat hem een flink kapitaal zou opleveren. Dit kapitaal zou een volgende grote stap in zijn leven mogelijk maken en dat gebeurde dan ook in 1919.

Start eigen fabriek

Na de Eerste Wereldoorlog in 1919 besloot André Citroën een eigen autofabriek op te zetten, ‘Automobiles André Citroën SA’ oftewel, Citroën. Wederom naar voorbeeld van Henry Ford was de Citroën Type A de eerste Europese auto die aan de lopende band geproduceerd werd. Het bedrijf was zeer succesvol, maar vanwege zijn flamboyante levensstijl en de crisis in 1934 ging het bedrijf toch bijna failliet. De ontwikkeling van de revolutionaire Citroën Traction Avant had veel geld gekost en ook de goklust van André bracht hem in de financiële problemen.

De gebroeders Michelin (Franse bandenproducenten) waren de grootse schuldeiser en zouden uiteindelijk op verzoek van de bank het bedrijf overnemen.

Overlijden

Het overlijden van André

Hoewel André in zijn leven grotendeels zeer succesvol was, zou hij uiteindelijk in 1935 straatarm overlijden. Toch zou hij buiten het automerk nog veel meer nalaten waar hij voor gezorgd heeft. Denk hierbij aan zaken als de invoering van autoverzekeringen, autodealers, bewegwijzering, kindercrèche, zwangerschapsverlof en nog meer van dergelijke zaken.

Fusies

André was van jongs af aan al innovatief, iets wat het merk na zijn overlijden ook zou blijven. Al was dat niet altijd succesvol. Meerdere keren komt het bedrijf, ondanks het grote succes van de 2CV en DS aan de financiële afgrond te staan waardoor fusies noodzakelijk waren. Dit gebeurde onder andere met Fiat (1968) en in hetzelfde jaar namen ze Maserati over. Citroën zou de krachtige V6-motoren van Maserati gebruiken voor de luxe Citroën SM.

De SM was een technisch hoogstandje, maar daardoor ook te complex en onbetrouwbaar geworden. Hoge onderhoudskosten waren het gevolg waardoor de auto geen succes werd. Ook kwam in 1973 de oliecrisis wat Citroën wederom in de financiële moeilijkheden bracht, Citroën gaat in 1974 failliet. Om een enorme ontslaggolf te voorkomen, greep de Franse overheid in en vroeg het Peugeot om Citroën over te nemen. Hieruit ontstond de PSA-groep.

 

Translate »